Home » 460 SQ PB471 Lanc » Lot van bemanning

Lot van bemanning

Hier volgt het relaas van enkele ooggetuigen op de plaats van de crash in de Donderbosstraat in Zelem op de grens met Linkhout. Het was een woensdagnacht rond 01.30 uur. Iedereen was reeds lang slapen toen we opeens werden gewekt door een enorme ontploffing. Het eerste wat we dachten was dat een verdwaalde V1 was neergestort. Het was net alsof de zon door het venster naar binnen scheen. Buiten bemerkten we een enorme vuurbal die met een grote snelheid naar beneden kwam. Nu drong het pas tot ons door dat het een vliegtuig was. De aanblik was verschrikkelijk en angstaanjagend. Zou daar iemand in zitten?  Even later werden we met de realiteit geconfronteerd. Overal vielen brokstukken neer. Niemand durfde buiten komen. We beleefden bange momenten. Enkele minuten later werd het weer stil. De eerste mensen kwamen nieuwsgierig naar buiten. In de verte was de gloed te zien van een immense brand. Maar ook in de weide langs de Donderbosstraat hoorden we nu kleine ontploffingen. We vonden overal brokstukken van een vliegtuig. Het ging van kleine metalen stukjes tot grote onderdelen zoals bij Vanuytrecht waar achter het huis het staartwiel van het toestel lag. Maar er heerste geen echte paniek en dat betekende dat er waarschijnlijk niemand van de bevolking gewond was. Niemand durfde echter wat ondernemen. Men wist dat het gevaarlijk was om zich zomaar roekeloos naar het wrak te begeven. Er konden zich nog ontploffingen voordoen. Trouwens we hoorde nog steeds kleine ontploffingen in het brandende wrak. Waarschijnlijk waren het de kogels die zich nog in de wrakstukken bevonden. We hadden heel wat vragen: waren er nog mensen aan boord of waren zij reeds uit het toestel gesprongen voor het ontplofte? Verschillende mensen gingen terug naar huis om eventuele schade aan hun eigendom vast te stellen. Opeens deed François Hermans een lugubere vaststelling. Langs de waterput achter zijn huis vond hij een levenloos lichaam. Hij durfde er niet heen te gaan en ging enkele andere mensen verwittigen. Ondertussen waren er ook enkele vrachtwagens aangekomen met Britse militairen. Zij werden op de hoogte gebracht van het dode bemanningslid dat gevonden was. Het was verschrikkelijk om er naar te kijken.  Zijn lichaam was totaal verminkt door de val. Armen en benen waren ontwricht en je kon zo de beenderen door zijn kledij zien steken. Vele nieuwsgierigen draaiden zich om en verdwenen in stilte. Enkele behulpzame mensen wierpen een deken over het levenloze lichaam. Louis Vanuytrecht stelde voor om het lichaam te bergen en het in een schuurtje te leggen naast zijn huis. Er werd een kruiwagen gehaald en men bracht het lijk naar Vanuytrecht. Samen met de Britse militairen begonnen we een zoekactie om eventuele andere lijken te bergen. Doch het duister en de ontploffingen van de kogels bemoeilijkten onze speurtocht en we besloten om te wachten tot 's morgens. Vroeg in de ochtend zochten we verder en deden we nog meer lugubere vaststellingen. Overal lagen grote brokstukken in de weiden en daartussen vond men nog enkele lijken. De Britse soldaten meldden ondertussen dat er nog zes personen vermist waren maar dat de piloot in veiligheid was. En inderdaad, vrij snel vonden we vijf lichamen in de weide. Het was verschrikkelijk wat ze daar te zien kregen!

donderbos1.large.jpg

                 Vindplaats van de bemanningsleden. (bron: Eugeen Jacobs)

           

Plaatsen waar de bemanningsleden werden gevonden. Het bovenste merkteken geeft aan waar Jenkins landde. (foto: Rudy Kenis)           

 

           

            1. de kerk van Linkhout waar Jenkins met zijn parachute landde

            2. kapelletje in de Goeren

            3. plaats waar bemanningleden zijn teruggevonden

            4. plaats waar Jenins door militairen werd opgevangen.

De lichamen hadden een gat van bijna een halve meter diepte in de grond geslagen. Armen en benen waren zwaar verminkt, hun ogen zaten diep in de oogkassen en de kledij was opengereten. Een bemanningslid werd gevonden enkele meters verwijdert van de plaats waar de inslag was.  Was hij dan nog verder gekropen nadat hij gevallen was? Een ander lijk had onder zijn voeten twee diepe gleuven alsof hij die gemaakt had na de val. Het was een verschrikkelijke gedachte dat hij nog in leven zou geweest zijn na zijn val. Twee andere lichamen werden aangetroffen tussen de brokstukken. Zij zaten vast tussen hun machinegeweren maar er was nog weinig van een mens te herkennen. Er restte slechts een hoop vlees en bloed. Het laatste lichaam werd een hele tijd later ontdekt. Het bevond zich niet in de weide maar achter de spoorweg. Louis Vanuytrecht, Staf Vilters, François Hermans en nog enkele inwoners hielpen, samen met de militairen, de lichamen bergen met een kruiwagen. Ze werden allemaal ondergebracht in het schuurtje. De Britse militairen namen de persoonlijke bezittingen van de overledenen mee die ze later aan de familieleden terug bezorgden. Ondertussen was ook de toenmalige burgemeester van Zelem, Max Ramaekers, en zijn broer, pastoor Luc Ramaekers, een kijkje komen nemen op de plaats van het onheil. De pastoor zegende de lijken en bad voor hun zielerust. De burgemeester besloot om de stoffelijke resten zo snel mogelijk te begraven. De pastoor en de burgemeester spraken vrij vlot Engels en onderhandelden met de Britse militairen. Uiteindelijk werden de zes lichamen begraven naast het huis van Vanuytrecht in een weide. Elisabeth Ramaekers, de dochter van de burgemeester, was ook aanwezig en beschreef de bemanningsleden als prachtige mannen, waarschijnlijk nog in de bloei van hun leven, dat hier abrupt een einde vond.

   

         De eerste begraafplaats in de Donderbosstraat naast het huis van Vanuytrecht.

Overal lagen nog de brokstukken her en der verspreid. In de weide lag een groot deel van de romp en een vleugel. Op de Mierenberg lag een groot landingswiel waarvan het rubber, dat toen zeer schaars was, gretig werd weggesneden om er fietsbanden van te maken. Daar bevond zich ook een motor en nog enkele andere brokstukken. In het moerassige Goeren lag een andere vleugel met twee motoren en het voorste deel van de romp. De daaropvolgende dagen had Octavie Vanuytrecht zich ontfermd over de graven van de overleden bemanningsleden. Zij deed dit met veel liefde en zorg. Enkele weken later kwam de vader van Swift op bezoek. Hij was officier die zich tijdelijk in Engeland bevond. De man was ontroerd bij het zien van het graf van zijn zoon.

Pastoor Ramaekers deed hem het verhaal en drukte tevens in naam van de bevolking zijn gevoelens van eer en dankbaarheid uit voor zijn zoon die hier de dood vond. Swift was ook zeer ontroerd door het medeleven van de bevolking en bedankte hen om de bekommernis die ze toonden voor de overleden bemanningsleden. Vooral voor Octavie had hij een woord van dank omdat zij de graven bijna dagelijks verzorgde en er prachtige bloemen had op geplaatst. Later zou hij ook aan pastoor Ramaekers de adressen bezorgen van de familieleden van de overledenen. Vanaf dat ogenblik is de pastoor begonnen met het leggen van contacten met deze mensen. In zijn brieven beschrijft hij hoe er in Zelem wordt meegeleefd in het verdriet om de omgekomen bemanningsleden.

                  

                           

                        

                                                                Bron: Jean Black, zuster van Hurbert Campbell

 

Hij laat hen weten hoe Octavie Vanuytrecht met de weinige middelen die ze heeft, de graven onderhoudt en van bloemen voorziet. Hiervoor deed zij omhalingen bij de plaatselijke bevolking om de bloemen te kunnen kopen. Bovendien willen de mensen van Zelem de slachtoffers niet vergeten. De pastoor beloofde de familieleden elk jaar op 21 februari een mis op te dragen voor de 6 gesneuvelden. Deze traditie wordt heden in Zelem en Linkhout nog steeds in ere gehouden! Uit dank voor haar zorgen ontving Octavie, via de pastoor, enkele pakjes van de familieleden van de 5 slachtoffers.

                             

                                Octavie Vanuytrecht verzorgde de graven.

                         

De bemanningsleden bleven echter niet lang begraven in Zelem. Op 26 juni 1946 werden de stoffelijke overschotten overgebracht naar Hasselt op het kerkhof Kruisveld waar een ruimte is voorzien door de Commonwealth War Graves Commission.  

                     

De begraafplaats in Hasselt waar de bemanning van Lancaster AR*F2 hun laatste rustplaats vonden.                                   

Brief van Jean Black aan Octavie Vanuytrecht: