Home » 460 SQ PB471 Lanc » Royal Air Force

Royal Air Force

De geschiedenis van de mensheid wordt hoofdzakelijk beschreven via de oorlogen die gevoerd werden door volksstammen, leefgemeenschappen en naties. Gedurende eeuwen werden deze gevechten op de grond of op het water beslecht. Het is pas tijdens de laatste eeuw dat er een derde dimensie aan de oorlogvoering werd toegevoegd: de oorlog in de lucht.

Aan de basis van deze omwenteling lagen de gebroeders Wright die op 17 december 1903 de eerste gemotoriseerde vlucht maakten met een vliegtuig. Samen met de luchtballonnen speelden de vliegtuigen reeds in WO I een belangrijke rol in de oorlogvoering. Het nieuwe oorlogswapen maakte zijn nut duidelijk kenbaar, en werd zelfs onmisbaar. Eerst waren er de verkenningsvluchten boven het front en daarna ontwikkelde men de eerste bombardementstechnieken. Aanvankelijk waren ze zeer rudimentair maar naargelang de oorlog vorderde werden ze geperfectioneerd. Aan het einde van WO I was men het roerend eens over de belangrijke rol van de luchtvaart in de verdere oorlogvoering. Ook Engeland had tijdens WO I het belang ingezien van een goed uitgebouwde luchtmacht. Tijdens WO I werd de Engelse luchtmacht gevormd door het RFC (Royal Flying Corps) en het RNAS (Royal Navy Air Service). Bij hun oprichting werden ook de squadrons gevormd. Zij beschikten elk over hun eigen vliegbasis en bestonden uit tweedekkers of luchtballonnen en werden ingezet in de strijd tegen het Duitse Rijk. Na het einde van WO I werden het RFC en het RNAS samengevoegd tot één strijdmacht: de ROYAL AIR FORCE of kortweg RAF. Dit gebeurde op 1 april 1918. Het Ministry of Defence (Ministerie van Landsverdediging) werd aldus uitgebreid met een nieuwe onderafdeling: het Air Ministry (Ministerie van Luchtvaart). Dit hield zich voornamelijk bezig met het uitbouwen van een efficiënte luchtmacht. Het doel was tweeledig: het omvatte zowel een defensieve als een offensieve taak. Gezien de geografische ligging van Engeland werd er vooral gemikt op vliegtuigen voor lange afstanden. Voor de vliegtuigen waren er verscheidene taken weggelegd: verkennen, aanvallen en bombarderen. Voor elke taak werd een functioneel toestel ontworpen. Dit resulteerde in de ontwikkeling van jachtvliegtuigen en bommenwerpers.

 Het AM kreeg ontwerpen binnen van verschillende vliegtuigbouwers; er ontstond een keiharde wedijver om de opdracht in de wacht te kunnen slepen en subsidies van het AM te verwerven. Gezien de uiteenlopende eigenschappen en doelopdrachten van de twee vliegtuigtypes voelde het AM zich verplicht haar beleid te splitsen in twee onderafdelingen: het BOMBER COMMAND (BC) en het FIGHTER COMMAND (FC). In de tijd tussen de twee oorlogen in had de RAF zich uitgebouwd tot een goed georganiseerde luchtmacht, klaar voor de strijd. Hitler van zijn kant stelde weinig geloof in zijn Luftwaffe en liet het beheer ervan over aan Herman Göring. Die was wel onder de indruk van deze nieuwe macht en begon ze verder uit te bouwen. Toen op 7 maart 1936 Duitse troepen optrokken in het Rijnland leek het allemaal wat blufferig. Italië was een bondgenoot geworden van Duitsland. In maart 1938 kwam de nazi-partij aan de macht in Oostenrijk en daarna kwam Tsjechoslowakije aan de beurt. Frankrijk was een bondgenoot van Tsjechoslowakije en zou zijn steun betonen bij een eventuele inval. Maar de Fransen zouden dit enkel doen indien Engeland ter hulp kwam. Doch de Engelsen waren niet te vinden voor enige inmenging in deze problematiek. Tsjechoslowakije werd ingenomen en er gebeurde niets. Frankrijk en Engeland bleven onderhandelen met Duitsland. De drie landen trachtten elkaars slagkracht te bepalen. Frankrijk beschikte over ongeveer 1300 gevechtsvliegtuigen, ondergeschikt aan deze van de Luftwaffe en Engeland beschikte over 1500 toestellen waarvan de meeste bommenwerpers waren. Duitsland kon op dat ogenblik over ongeveer 4700 toestellen rekenen. In de morgen van 1 september 1939 vielen Duitse troepen Polen binnen. Het Britse en Franse gouvernement veroordeelden de acties en gaven Duitsland de tijd om tot 3 september om 23 uur hun troepen terug te trekken. Precies 36 minuten na het verstrijken van het ultimatum steeg een Blenheim op van het vliegveld te Wyton, Engeland, om voor het Bomber Command een eerste verkenningsopdracht uit te voeren. Dit was de eerste opdracht van de RAF in WO II. De Duitse oorlogsmachine draaide op volle toeren. Al snel werd bijna heel Europa onder de voet gelopen. Enkel de Noordzee vormde in het westen een natuurlijke barrière die deze Blitzkrieg kon doen halt houden. Engeland bleef voorlopig nog even gespaard. Hitler wou Engeland zo snel mogelijk op de knieën dwingen. Nu moest hij wel een beroep doen op zijn Luftwaffe. Engeland viel nu ten prooi aan de Duitse luchtmacht. Vooral Londen maar ook andere steden en vliegvelden kregen het erg te verduren. Maar de RAF sloeg hard terug en dit zou de geschiedenis ingaan als "De slag om Engeland". Het was vooral het FC dat hier verwoed vocht tegen de Duitse overmacht. Dagelijks stegen de Spitfires en Hurricanes op om de Heinkel, Dornier en Stuka bommenwerpers tegen te houden. Deze waren meestal begeleid door Focke Wulf 190 en Messerschmidt 109 gevechtsvliegtuigen. Uiteindelijk werd deze slag in het voordeel van de RAF beslecht. Had de Luftwaffe het nog enkele dagen volgehouden dan had de RAF zich tot overgave verplicht gevoeld want de munitie raakte op. Maar dat wist de tegenstrever gelukkig niet, anders had deze waanzinnige oorlog misschien een andere wending genomen. Nu was de oorlogsmachine gestopt en maakte de RAF zich klaar om terug te slaan. Winston Churchill bezegelde de Slag om Enge-land met de legendarische uitspraak"Nog nooit in de geschiedenis van menselijke conflicten hebben zo velen zo veel te danken aan zo weinigen..." Het waren tenslotte maar enkele honderden Britse piloten die het Duitse leger tot stilstand hadden gebracht en die zoals later zou blijken, aan de grondslag lagen van de Duitse nederlaag. De vliegtuigindustrie draaide op volle toeren. Hierdoor ontstond er een nijpend tekort aan piloten en getrainde mensen om deze toestellen te bemannen. Niet alleen in Engeland maar overal ter wereld werden bemanningsleden aangeworven. Jonge mensen boden zich aan om vrijwillig dienst te nemen bij de RAF. Men vond er de meest uiteenlopende nationaliteiten: Polen, Tsjechoslowakije, Nieuw -Zeeland, Afrika, Amerika, Canada, Australië, Frankrijk, Nederland en zelfs België. Verschillende eenheden bestonden hoofdzakelijk uit bemanningsleden van een bepaald land of continent en kregen daarom van het AM hun eigen squadrons toegewezen. Zo was er de BAF (Belgian Air Force) die bestond uit het 349e en 350e squadron. Verder waren er ook nog de RCAF (Royal Canadian Air Force), de RNZAF (Royal New Zealand Air Force), de RAAF (Royal Australian Air Force)... Overal werden er in Engeland vliegvelden aangelegd. Tijdens WO II werden er meer dan 500 gebouwd om de squadrons van zowel het BC als het FC in onder te brengen. De RAF werd als volgt onderverdeeld:

 

                                       AIR MINISTRY                                           

                                           ROYAL AIR FORCE                                                                

                                              /             \                                                 

                            BOMBER WING       FIGHTER WING               

                                          /                         \  

                        BOMBER GROUP (BG)     FIGHTER GROUP (FG)              

                                          /                         \

                       BOMBER SQUADRON (BS)    FIGHTER SQUADRON (FS)          

                                          /                           \                      

                       FLIGHTS (A,B,C)               FLIGHTS (A,B,C)

 

Na de val van Frankrijk voerde de RAF bombardementsvluchten uit over dit land. Er werd gebruik gemaakt van tweemotorige toestellen zoals de Withley en de Wellington. Later besloot het Britse gouvernement om het BC ook boven het Duitse gebied te laten opereren. De doelen waren vooral de Duitse industrieën in het Ruhrgebied. Aan het einde van 1940 kwamen de eerste viermotorige bommenwerpers in actie: de Sterling en de Halifax. Zij waren ontworpen om langere afstanden af te leggen en dieper Duitsland binnen te dringen. Vanaf deze periode vielen ook de eerste toestellen boven België en werden de eerste ontsnappingslijnen opgericht om de piloten en hun bemanning veilig naar Engeland terug te smokkelen. De acties die deze mensen ondernamen grenzen dikwijls aan het ongelooflijke. Herhaaldelijk werden deze ontsnappingslijnen uitgeroeid. De Duitsers hadden hiervoor een simpel systeem. Men infiltreerde een spion in een lijn. Men beschouwde hem als een Engels of Amerikaans piloot waardoor hij simpelweg de ganse lijn volgde totdat deze op een gegeven moment volledig werd opgerold. Honderden pilotenhelpers vonden hierdoor de dood. Later werd er gebruik gemaakt van vragenlijsten waardoor het voor de spionnen moeilijk werd om hun identiteit geheim te houden. De RAF verkoos om vooral 's nachts te opereren. Het was moeilijk voor de Duitse nachtjagers om visueel contact te krijgen met de bommenwerpers. In 1941 gebruikte het BC camera's op hun toestellen om de schade, aangericht door de bombardementen, te kunnen registreren. Maar het resultaat was verschrikkelijk: amper een bom op vijf viel in de "omgeving" van haar doel. Dikwijls werden zelfs verkeerde doelen gebombardeerd! Er werden daarom elektronische apparaten ontwikkeld die de navigator en de bommenrichter moesten helpen om de bommen accurater te droppen. Duitsland trachtte zich tegen deze aanvallen te verzetten en gaf haar Luftwaffe nu een meer defensieve rol. Zij ontwikkelden jachtvliegtuigen die beter konden opereren in de nacht. Om de bommenwerperstroom beter op te sporen, ontwikkelden de Duitsers verschillenderadarsystemen. De eerste was de Freya die vliegtuigen kon detecteren op 160km afstand. De Engelsen op hun beurt ontwikkelden storingszenders zoals de Moonshine en de Mandrel die de Freya onbetrouwbaar maakte. Als tegenreactie bouwden de Duitsers een verbeterde versie, de Wurzburg. Toen de Engelsen onderdelen van deze radar konden machtigen, werd er al snel een storingsmiddel ontworpen: window. Dit waren zeer kleine zilverstrips die door enkele bommenwerpers werden uitgestrooid op andere plaatsen dan de eigenlijke bommenwerperstroom. Dit gaf op de Duitse radarschermen de indruk dat er een grote hoeveelheid bommenwerpers in aantocht waren op verschillende plaatsen. De nachtjagers werden naar deze plaatsen gestuurd en vonden er tot hun verbazing geen enkel toestel! Ondertussen konden de bommenwerpers ongestoord hun opdrachten uitvoeren. Er was een aanhoudende wedloop tussen beide machten om radarsystemen te ontwikkelen en ze zo snel mogelijk te storen bij de tegenpartij. Om de doelen accurater te kunnen bombarderen, ontwierpen de Engelse geleerden lokatiesystemen en navigatieradars die het mogelijk maakten om het doel beter terug te vinden en te lokaliseren. Deze apparaten werden aan de bommenwerpers bevestigd die de doelen gingen markeren met flares (brandbommen) voor de aankomende bommenwerpers. Deze speciale eenheden heetten de PFF (Pathfinders Force). De eerste navigatieradar was de GEE. Op langere afstanden was dit systeem minder effectief en werd het zelfs gestoord door de rook van fabrieksschouwen en door rookbommen die door de Duitsers werden ontstoken. De GEE maakte daarna plaats voor de OBOE. Deze zond signalen van het vliegtuig naar de thuisbasis waardoor op elk moment hun positie kon bepaald worden. Het nadeel was dat de Duitsers deze signalen ook konden opvangen en de vliegtuigen feilloos konden volgen. Om het bombarderen effectiever uit te voeren, werd de H2S-radar ontworpen. Deze radar werd onder de romp van het toestel aangebracht in een perspex koepel. Op een radarscherm zag de bommenrichter het doelgebied dat zich onder hem bevond net zoals men het over dag met het blote oog kon waarnemen. Een bijkomend voordeel was dat men het ook kon gebruiken boven de wolken.  De eerste ingebouwde radars waren voorzien van explosieven die het apparaat moesten vernietigen als het vliegtuig boven vijandelijk gebied moest achtergelaten worden.

Ook het gebruik van de bommen kende een grote evolutie. Tot in 1942 werden bommen gebruikt die in 1939 waren ontworpen. Nadien kwamen er in verhouding en de aard van de te bombarderen doelen zwaardere en voor hun doel meer aangepaste bommen. De bommen van 14 kg, 45 kg en 113 kg waren volgens de bevelhebber van het BC, Sir Arthur Harris (bijgenaamd Bomber Harris), belachelijk kleine projectielen. De 4000-pounder (1.800 kg) werd in het begin van 1941 ontworpen naar het voorbeeld van de landmijnen. Deze "blockbusters" waren in staat om een uitgebreid gebouwencomplex met de grond gelijk te maken.  Voordien hadden de Duitsers verklaard dat het onmogelijk was deze kanjers door de lucht te vervoeren. Maar niets was minder waar want de Britten ontwikkelden zelfs een nieuwe blockbuster, de "Earth-Quake", een 8.000-pounder (3.625 kg). Deze werd de standaardlading voor de Mosquito en de Lancaster. Toen de oorlog in alle hevigheid woedde, vervoerde een Lancaster een bom van 3.625 kg, 4 bommen van 227 kg en 12 bomcontainers met elk 3 bommen van 12 kg of 34 brandbommen van 2 kg. In totaal ging het dus om meer dan 5 ton aan bommenlast! Uiteindelijk werden er nog zwaardere bommen ontwikkeld en gebruikt: de "Tallboy", een 12.000-pounder (5.450 kg) ,en "Grand Slam" een 22.000-pounder (10 ton).

                

                     

In 1943 nam Amerika deel in de strijd om Europa te bevrijden. De USAAF (USA Air Force) bombardeerde overdag. Het nadeel was dat ze gemakkelijker door de vijand konden aangevallen worden. Hierdoor waren hun bommenwerpers beter bewapend om meer bescherming te kunnen bieden aan de jachtvliegtuigen van de Luftwaffe. Hun toestellen werden bemand door 10 bemanningsleden terwijl een bommenwerper van de RAF maar 7 personen telde. Het BC had ook een andere aanvalstactiek uitgewerkt. Sir Arthur Harris wou Duitsland overtroeven door massale bombardementen uit te voeren op Duitsland waarbij meer dan 1000 bommenwerpers in een nacht tegelijk zouden opereren. Er werden niet enkel fabrieken gebombardeerd maar ook grote steden. Met het bombarderen van deze laatste doelen waren de Amerikanen het niet eens. Maar de RAF wou het moreel van de Duitsers breken. Zo werd begin 1945 Dresden gebombardeerd met zoveel brandbommen dat dit bijna het effect had van een atoombom. De stad werd herschapen in een grote vuurpoel. Vandaag nog is het nut van dit bombardement omstreden.

Niet enkel de Duitse jachtvliegtuigen bestreden de bommenwerpers. Zij werden bijgestaan door gespecialiseerde grondtroepen die de vliegtuigen beschoten vanop de grond: de flak. Een groot deel van de neergeschoten toestellen was voor hun rekening. Elk strategisch punt in Duitsland werd door flak beschermd. Het was de schrik van het BC. Grote zoeklichten speurden 's nachts de hemel af en wanneer ze een bommenwerper in hun lichtstralen vingen werd dit toestel door de flak beschoten. Dit betekende bijna altijd het verlies van een toestel. De Duitse jachtvliegtuigen sloegen ook hard terug. Grote bommenwerperformaties werden aangevallen door de goed getrainde piloten met geperfectioneerde toestellen. De RAF moest telkens afrekenen met een goed georganiseerde Luftwaffe. Hun toestellen waren uitgerust met een radar om de bommenwerpers op te sporen en te vernietigen. Vooral de achtergebleven bommenwerpers en diegenen die hun formatie verloren, vielen meestal ten prooi van de nachtjagers. De RAF-piloten werden wel speciaal getraind voor deze aanvallen. In dit geval trachtte de piloot zijn bedreigde toestel te redden door een "cork- screw" (kurkentrekkerbeweging), waarbij hij een tijdlang grote kringen beschreef om de beschietingen van de vijand te ontwijken. Om de Duitsers te misleiden, volgden de bommenwerpers geen rechtlijnige route naar hun doel. Boven bepaalde punten werd de koers plots gewijzigd zodat de Duitse toestellen die zich naar het veronderstelde doel begaven, de bommenwerperformatie haast niet konden vinden. De schrik van de achtergebleven of verdwaalde RAF-bommenwerpers was de Duitse Junkers 88 (Ju 88). Dit 2-motorig toestel bestaande uit 2 bemanningsleden had 2 naar boven gerichte boordkanonnen MG 151 van 20mm. De bemanningsleden van de Engelse bommenwerpers hadden weinig of geen zicht naar beneden, er was ook geen bewapening voorzien die hen toeliet naar beneden te vuren. Op die manier kon de Ju 88 ongemerkt onder de Britse bommenwerpers vliegen en met hun boordkanonnen dit toestel beschieten. De Engelsen noemde deze wijze van beschieten "Schrage Musik". De Ju 88 heeft tijdens de oorlog meer nachtbommenwerpers neergeschoten dan al de andere jachtvliegtuigen samen.

Naargelang de oorlog vorderde moest Duitsland meer en meer terrein prijsgeven en de Luftwaffe beschikte over steeds minder vliegvelden. Uiteindelijk kregen ze ook nog te kampen met een nijpend tekort aan brandstof. Alhoewel Duitsland op sterven na dood was, werd tot het laatste ogenblik weerstand geboden tegen de geallieerde overmacht. In een laatste poging om het getij te doen keren werden er vliegtuigen ingezet die waren uitgerust met straalmotoren: de Me 262 (Messerschmidt 262), enig in zijn soort. Ook werd er op dat ogenblik een nieuw wapen ingeschakeld, namelijk de beruchte V1 en V2. Deze vliegende bommen maakten Engeland onveilig en even werd er nog gedacht dat de kansen van Duitsland zouden keren. Maar de RAF samen met de USAAF sloegen hard terug. Al de strategische plaatsen in Duitsland werden met de grond gelijk gemaakt. Het Duitse Rijk stortte als een kaartenhuisje in elkaar. De laatste bombardementsvlucht tegen Duitsland werd uitgevoerd op 2 mei 1945.

Enkele statistieken geven een beeld van de strijd in de lucht. Bij het BC waren er ongeveer 125.000 mensen in dienst geweest tijdens WO II.

 

- gedood in aktie of krijgsgevangenschap     47.268

- gedood tijdens vluchten                              8.195

- gedood in grondaanvallen                                37                                   

                                                     Totaal:  55.000

 

Het aantal gebouwde bommenwerpers bedroeg aan het einde van de oorlog 185.000 toestellen. Het BC had toen 389.809 vluchten getotaliseerd boven bezet gebied en Duitsland. Hierbij gingen 8.953 toestellen verloren (5%), en werden er in totaal 955.044 ton bommen gedropt!